ECLI:NL:CRVB:2002:AE3896
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig besluit pensioenwet 1940-1945
Eiseres vorderde schadevergoeding van de Raadskamer WBP vanwege een onrechtmatig besluit van 28 november 1991 waarin haar pensioenaanvraag werd afgewezen. Zij eiste onder meer wettelijke rente over het niet tijdig betaalde pensioen vanaf 18 november 1989, vergoeding van verhuisschade en immateriële schade wegens aantasting van haar eer en goede naam.
De Raad oordeelde dat de wettelijke rentevergoeding niet toekwam omdat de vordering niet tijdig was aangezegd volgens het oude artikel 1286 BW Pro. Ook de verhuisschade werd afgewezen omdat de verhuizing plaatsvond vóór de aanvraag en dus geen verband hield met het besluit. Ten aanzien van immateriële schade stelde de Raad dat niet was gebleken van een ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer of persoonlijkheidsrechten, zoals vereist volgens artikel 6:106 BW Pro.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees de vorderingen af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt dat bij afwijzing van pensioenaanvragen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 niet snel immateriële schade wordt toegekend, mede gelet op de aard van het onderzoek dat bij zo'n aanvraag hoort.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar schadevergoedingsvorderingen wordt ongegrond verklaard.