ECLI:NL:CRVB:2002:AE4456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluiten vervoersvoorziening psychische handicap gemeente Leiden
Appellant, de gemeente Leiden, kende aan gedaagde een vervoersvoorziening toe op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en gemeentelijke verordening, waarbij de tegemoetkoming werd vastgesteld op 50% van het normbedrag en met ingang van de maand van aanvraag. Gedaagde, lijdend aan een ernstige fobie, stelde dat de voorziening eerder had moeten ingaan en dat de halvering van het bedrag onterecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten, oordeelde dat psychische beperkingen onder de Wvg vallen en dat de motivering van de besluiten onvoldoende was, omdat het GGD-advies niet duidelijk maakte of gedaagde met begeleiding gebruik kon maken van het openbaar vervoer. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank niet buiten de geschilomvang was getreden door ook de hoogte van de tegemoetkoming te beoordelen. Het GGD-advies van 1998 en de nadere verklaring van 2001 boden onvoldoende grond om aan te nemen dat gedaagde met begeleiding het openbaar vervoer kon gebruiken. De motivering van de besluiten was daarmee onvoldoende en strijdig met artikel 7:12 Awb Pro. De vernietiging van de besluiten werd bevestigd en de griffierechten werden aan de gemeente opgelegd.
Uitkomst: De vernietiging van de besluiten inzake vervoersvoorziening wordt bevestigd wegens onvoldoende motivering.