ECLI:NL:CRVB:2002:AE4662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek ouderdomspensioen AOW wegens niet-verzekerde periode
Appellant verzocht om herziening van zijn eerder toegekende ouderdomspensioen op grond van de AOW, met name om de periode van 1 maart 1982 tot 31 augustus 1983, waarin hij werkzaam was bij de Europese Octrooi Organisatie (EOO), alsnog mee te laten tellen bij de pensioenberekening. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant in die periode niet verzekerd was voor de AOW vanwege de toepassing van een volkenrechtelijke regeling van de EOO.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan niet verplicht was het eerdere besluit te herzien, tenzij sprake was van evidente onjuistheid of nieuwe feiten die niet eerder konden worden ingebracht. Appellant kon niet aantonen dat het eerdere besluit evident onjuist was.
De Raad benadrukte dat het Koninklijk Besluit van 19 oktober 1976 (Stb. 557) van toepassing was, waarin is bepaald dat personen die onder een volkenrechtelijke regeling vallen, niet als verzekerd voor de AOW worden aangemerkt. Het feit dat appellant wegens te korte duur van het dienstverband geen pensioen van de EOO ontving, deed hieraan niet af. De latere Koninklijke Besluiten van 1989 en 1999 waren niet van toepassing vanwege het ontbreken van terugwerkende kracht.
Daarmee kon het bestreden besluit standhouden en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.