ECLI:NL:CRVB:2002:AE4674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep en doorzendplicht bestuursorgaan bij overschrijding bezwaartermijn AOW
Appellante verzocht om herziening van haar ouderdomspensioen krachtens de AOW, welke door de Sociale Verzekeringsbank werd afgewezen. Vervolgens werd het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens niet-ontvankelijk omdat het voortijdig was ingesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat haar bezwaarschrift als zodanig moest worden aangemerkt en dat het bestuursorgaan haar niet tijdig had gehoord. Tevens werd aangevoerd dat de Sociale Verzekeringsbank haar niet had gevraagd naar de reden van de overschrijding van de bezwaartermijn, wat in strijd zou zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur.
De Raad oordeelde dat de Sociale Verzekeringsbank de brief van appellante van 31 juli 2000, waarin zij meldde reeds beroep te hebben ingesteld, had moeten doorzenden aan de rechtbank. Dit had geleid tot een tijdig beroep. De overschrijding van de bezwaartermijn werd niet als verschoonbaar aangemerkt, maar het beroep bij de rechtbank was ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Tevens werd de Sociale Verzekeringsbank veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep bij de rechtbank was ontvankelijk en het bezwaar had beoordeeld moeten worden; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.