ECLI:NL:CRVB:2002:AE4893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vergoeding fiscale schade door vertraagde toekenning AAW-uitkering
Appellante had een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) aangevraagd met ingang van 20 augustus 1996. De toekenning van deze uitkering vond echter pas plaats op 24 januari 1997, waardoor de uitbetaling over 1996 pas in 1997 plaatsvond. Dit leidde tot fiscale schade voor appellante doordat zij over het nabetalingsjaar een hogere belasting en premies verschuldigd was.
Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), had de wettelijke rente over de vertraging vergoed, maar weigerde de fiscale schade te vergoeden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de vertraging niet als onrechtmatig werd aangemerkt. In hoger beroep stelde appellante dat het besluit onrechtmatig was omdat de beslistermijn van dertien weken was overschreden.
De Raad stelde vast dat het besluit inderdaad in strijd was met artikel 5, eerste lid, van het Besluit beslistermijnen sociale verzekeringswetten, waardoor gedaagde in verzuim was. Hierdoor was het besluit onrechtmatig en kwam de fiscale schade in beginsel voor vergoeding in aanmerking. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV de fiscale schade van €432 aan appellante moet vergoeden. Tevens werden de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Het UWV moet de fiscale schade van €432 vergoeden en de proceskosten en griffierecht aan appellante betalen.