ECLI:NL:CRVB:2002:AE5633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering buitengewoon verlof bij verhuizing zonder rechtstreeks verband met standplaatswijziging
Appellant, een luitenant-kolonel, werd in november 1997 overgeplaatst naar een andere standplaats en kocht in februari 1998 een woning die in april 1999 werd opgeleverd. Hij verzocht om buitengewoon verlof voor de verhuizing in mei 1999, maar dit werd afgewezen omdat het vereiste causale verband tussen de overplaatsing en verhuizing ontbrak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat artikel 85, eerste lid, aanhef en onder e, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) ruimte laat voor een uitleg waarbij het buitengewoon verlof alleen wordt toegekend als de verhuizing rechtstreeks verband houdt met de wijziging van de standplaats.
De Raad wees erop dat de wijziging van het AMAR per 1 april 1996 het recht op buitengewoon verlof bij verhuizing zonder standplaatswijziging heeft afgeschaft, omdat het een persoonlijke levenssfeer betreft waarvoor reeds andere vrijetijdsvoorzieningen bestaan. Daarom was de weigering van buitengewoon verlof in dit geval terecht en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van buitengewoon verlof omdat de verhuizing niet rechtstreeks verband hield met de standplaatswijziging.