ECLI:NL:CRVB:2002:AE5639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late instelling door bestuursorgaan
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de ontvankelijkheid van een hoger beroep ingesteld door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een bijstandszaak. Het hoger beroep werd ingesteld nadat het College het besluit tot het instellen van hoger beroep had genomen, maar dit besluit werd pas na het verstrijken van de daarvoor geldende termijn van zes weken genomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 120, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) het besluit tot het instellen van beroep door het betrokken College zelf moet worden genomen vóór het verstrijken van de termijn. Mandatering aan een ambtenaar is niet toegestaan. Het College had het besluit pas na de termijn genomen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
De Raad benadrukt dat dit strikte termijnstelsel en de eis dat het College zelf beslist, voortkomen uit het belang van zorgvuldige en verantwoordelijke besluitvorming door het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het bestreden besluit. De Raad ziet geen ruimte voor een afwijkend oordeel en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College van B&W Amsterdam is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat genomen besluit tot het instellen van hoger beroep.