ECLI:NL:CRVB:2003:AN7843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot instellen hoger beroep na termijnverstrijking niet toegestaan
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit tot het instellen van hoger beroep pas na het verstrijken van de beroepstermijn was genomen. De Raad oordeelde dat mandatering van de bevoegdheid tot het instellen van hoger beroep niet is toegestaan en dat het wettelijke stelsel een strikte termijn hanteert.
Opposant voerde verzet aan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat een onbevoegd binnen de termijn ingesteld hoger beroep later bekrachtigd kon worden, en dat de Raad handelde in strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De Raad verwierp deze argumenten, benadrukkend dat de bevoegdheid en hoedanigheid tot het instellen van hoger beroep binnen de termijn moeten bestaan.
De Raad overwoog dat het niet aan de Raad is om hersteltermijnen te bieden buiten de gevallen van artikel 6:6 Awb Pro en dat het feit dat partijen gelegenheid kregen inhoudelijke standpunten kenbaar te maken niet betekent dat niet-ontvankelijkverklaring uitgesloten is. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit tot instellen van hoger beroep na het verstrijken van de beroepstermijn is genomen.