ECLI:NL:CRVB:2002:AE5894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding gebitsrehabilitatie, huishoudelijke hulp en telefoonkosten aan burger-oorlogsslachtoffer
Eiser, geboren in 1942 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg erkenning en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wet). Hij werd erkend als vervolgde en burger-oorlogsslachtoffer met een periodieke uitkering en vergoeding voor psychotherapie. Echter, zijn verzoeken om vergoeding voor gebitsrehabilitatie, huishoudelijke hulp en telefoonkosten werden afgewezen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit een stellige standpuntbepaling bevatte en dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens het ontbreken van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro werd verworpen. De Raad stelde vast dat artikel 4, aanhef en onder b, van de Wet niet aan een inhoudelijke beoordeling van de voorzieningen in de weg stond.
De Raad overwoog dat de gebitsklachten niet causaal verband hielden met oorlogservaringen en dat het verzoek om vergoeding op grond van het gelijkheidsbeginsel niet slaagde vanwege het persoonsgebonden karakter van de voorziening. Voor huishoudelijke hulp ontbraken medische gegevens die beperkingen aantoonden. Ook voor telefoonkosten werd geen medische noodzaak vastgesteld en eiser woonde samen met familie, waardoor een aparte vergoeding niet aangewezen was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van vergoeding voor gebitsrehabilitatie, huishoudelijke hulp en telefoonkosten wordt ongegrond verklaard.