ECLI:NL:CRVB:2002:AE6035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor premieschulden bij V.O.F. volgens artikel 16c CSV
Appellant werd aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten premies over 1996 van twee V.O.F.'s, waarvan hij de aansprakelijkheid voor één V.O.F. betwistte omdat hij pas op 19 september 1996 bestuurder werd. De Raad overwoog dat artikel 16c, eerste lid onder c, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) niet duidelijk maakt of aansprakelijkheid ook geldt voor premieschulden die vóór het aantreden zijn ontstaan.
De Raad verwierp de stelling van gedaagde dat de toelichting bij artikel 16d CSV als analogie kon dienen, omdat de aard van de aansprakelijkheid in artikel 16c zonder disculpatiemogelijkheid wezenlijk verschilt. Hierdoor zou een bestuurder volgens artikel 16c onredelijk voor premieschulden van vóór zijn aantreden aansprakelijk worden gesteld.
De Raad concludeerde dat aansprakelijkheid van een bestuurder onder artikel 16c CSV beperkt is tot premieschulden die tijdens zijn bestuursperiode zijn ontstaan. Het besluit dat appellant aansprakelijk stelde voor premieschulden van vóór zijn aantreden werd vernietigd. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van appellant als bestuurder onder artikel 16c CSV geldt alleen voor premieschulden die zijn ontstaan tijdens zijn bestuursperiode vanaf 19 september 1996.