ECLI:NL:CRVB:2002:AE6060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en EU-verordening
Appellant verzocht om een wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van zijn vader, die als zelfstandige in Duitsland werkte. De Sociale Verzekeringsbank weigerde deze uitkering omdat de vader niet verzekerd was ingevolge de Anw en ook niet volgens Verordening (EEG) nr. 1408/71.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betwistte appellant dat artikel 78 van Pro de Verordening hem geen recht op uitkering zou geven. De Raad overwoog dat artikel 78 het Pro recht op wezenuitkering regelt volgens de wettelijke regeling van de staat waaraan de overleden werknemer of zelfstandige was onderworpen.
Omdat de vader uitsluitend in Duitsland werkte en niet verzekerd was volgens de Duitse nabestaandenwetgeving, kon appellant geen recht ontlenen aan artikel 78 van Pro de Verordening. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de wezenuitkering wordt bevestigd.