ECLI:NL:CRVB:2002:AE6088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke uitspraak over loonpremiecorrecties ondanks onrechtmatige bewijsvergaring
Appellante, een taxionderneming, betwistte correctienota's van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over niet-verantwoorde loonbetalingen in de jaren 1990-1994. De loonadministratie was in juli 1995 door de Rijksverkeersinspectie in beslag genomen en aan UWV ter beschikking gesteld. Appellante stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de Rijksverkeersinspectie niet bevoegd was tot inbeslagneming en dat UWV in samenspraak met andere instanties een ontoelaatbare bewijsgaring had georganiseerd.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het gebruik van het bewijs niet onrechtmatig was in bestuursrechtelijke zin, omdat UWV ook op grond van eigen opsporingsbevoegdheid de administratie had kunnen verkrijgen. De verkeerde keuze om de Rijksverkeersinspectie te laten optreden was weliswaar onjuist, maar niet onbehoorlijk. Verder werd vastgesteld dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de correctienota's onjuist waren, aangezien het aan de werkgever is om aan te tonen dat betalingen geen loon waren.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraken bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd op 11 juli 2002 in het openbaar gedaan door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bevestigd.