ECLI:NL:HR:2001:AB2314
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing boeterecht bij naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks EVRM-rechten
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1992-1995 met een boete van 100%, waarvan de helft werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag en boete gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur terecht gegevens en inlichtingen op grond van artikel 47 AWR Pro had gevraagd en dat het niet verstrekken daarvan niet kan worden gerechtvaardigd met het EVRM of IVBPR. Wel geldt dat verklaringen die belanghebbende heeft afgelegd ter voldoening aan deze verplichting niet mogen worden gebruikt bij de boeteoplegging, vanwege het recht om te zwijgen en zichzelf niet te incrimineren zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro en bevestigd in het arrest Saunders.
Het Hof had ten onrechte bij de boeteoplegging rekening gehouden met een verklaring over de aanschafprijs van kantoormeubilair, maar mocht wel de weigering van belanghebbende om andere gegevens te verstrekken betrekken bij de bewijslastverzwaring. De Hoge Raad bevestigde dat de omkering en verzwaring van de bewijslast op grond van artikel 29 lid 1 AWR Pro niet strijdig is met het EVRM of IVBPR. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de boeteoplegging bij naheffingsaanslag omzetbelasting.