ECLI:NL:CRVB:2002:AE6136
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen stopzetting en terugvordering uitkering burger-oorlogsslachtoffer
Eiser, geboren in 1927, ontving sinds 1 juni 1991 een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster heeft deze uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 1998 stopgezet vanwege de detentie van eiser, die een gevangenisstraf van achttien maanden uitzat.
Eiser voerde aan dat hij ten tijde van zijn detentie nog stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en dat zijn woonlasten betaald moesten worden. Ook stelde hij dat hij bij een eerdere strafuitvoering niet getroffen werd door stopzetting van de uitkering en dat hij niet gehoord was in de bezwaarschriftprocedure.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 42 van Pro de Wet de uitkering moet worden stopgezet tijdens detentie en dat de stopzetting rechtmatig was. De terugvordering van het ten onrechte betaalde bedrag was eveneens gerechtvaardigd omdat de toekenningsbeschikking een voorlopig karakter had. Het ontbreken van een hoorzitting in de bezwaarfase leidde niet tot schending van procesrechten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de stopzetting van de uitkering en terugvordering wordt ongegrond verklaard.