ECLI:NL:CRVB:2002:AE6164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid zonder ziektegrond bij Rijksambtenaar
Appellante, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken, werd op grond van artikel 98, eerste lid, onder g, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) ontslagen wegens ongeschiktheid voor haar functie. Zij betwistte de grondslag van het ontslag, stellende dat haar ongeschiktheid voortkwam uit een allergie voor elektromagnetische straling van pentiumcomputers, hetgeen volgens haar een ziektegrond zou zijn.
De Raad overwoog dat het Kema-rapport en medisch advies geen aanwijzingen gaven dat de straling gezondheidsklachten veroorzaakte die tot ongeschiktheid leidden. Bovendien werd het medisch advies van de commissie van drie geneeskundigen als zorgvuldig en niet ondeugdelijk beoordeeld, ondanks het korte onderzoek. Er was geen bewijs van geobjectiveerde ziekte of gebrek die de ongeschiktheid zou verklaren.
De Raad oordeelde dat het ontslagbesluit zorgvuldig was genomen en dat er geen verplichting tot herplaatsingsonderzoek bestond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.