ECLI:NL:CRVB:2002:AE6169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vervallenverklaring aanvullende uitkering ambtenaar gemeente Delfzijl
Appellant, voormalig ambtenaar van de gemeente Delfzijl, werd per 1 mei 1993 ontslagen met een aanvullende uitkering. De gemeente stelde verplichtingen aan appellant, waaronder het tijdig aanleveren van inkomstenformulieren en medewerking aan begeleiding bij het zoeken naar werk. Bij besluit van 16 februari 1999 werd de aanvullende uitkering vervallen verklaard wegens het niet naleven van deze verplichtingen.
Appellant tekende bezwaar aan tegen deze vervallenverklaring en tegen de hoogte van de nabetaling met wettelijke rente. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar vernietigde een besluit over de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren. In hoger beroep betwist appellant de vervallenverklaring en de gehanteerde norm van 10% korting op de uitkeringsgrondslag.
De Raad oordeelt dat appellant zich niet aan de verplichtingen heeft gehouden, maar dat de sanctie van volledige vervallenverklaring met een korting van 10% over een lange periode onevenredig is. De Raad vernietigt daarom het besluit van 16 februari 1999 en het besluit van 9 mei 2000, en beveelt nieuwe beslissingen. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot vervallenverklaring van de aanvullende uitkering wordt vernietigd wegens disproportionaliteit en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.