ECLI:NL:CRVB:2002:AE6823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking WAO-uitkering en bevestiging herziening mate arbeidsongeschiktheid
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, oorspronkelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid, per 1 februari 1999 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar wijzigde het UWV dit in een herziening naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de fictieve weigering niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling tegen het UWV had uitgesproken, omdat het besluit pas tijdens de procedure werd genomen. De Raad oordeelde dat appellante terecht beroep had ingesteld om het besluit af te dwingen en veroordeelde het UWV in de proceskosten en griffierecht in eerste aanleg en hoger beroep.
Inhoudelijk bevestigde de Raad het bestreden besluit. Medische rapporten toonden aan dat appellante ernstige obesitas en diabetes heeft, maar wel in staat is lichte arbeid te verrichten. Het UWV had de belastbaarheid terecht aangepast en het besluit was in rechte houdbaar. De Raad concludeerde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 15-25%.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het ging om proceskosten en griffierecht, veroordeelde het UWV tot vergoeding van deze kosten en bevestigde het bestreden besluit voor het overige.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en het bestreden besluit wordt bevestigd.