ECLI:NL:RBSGR:2004:BL5739
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot plaatsing militairen boven sterkte met BDS-indeling bevestigd
Eiser, adjudant-onderofficier bij de Koninklijke Landmacht, werd geplaatst op een functie die later werd opgeheven, waarna hij met terugwerkende kracht per 1 juli 2001 werd ingedeeld met BDS-code 4 en geplaatst op een functie tot zijn leeftijdsontslag. Eiser stelde dat deze indeling oneigenlijk was en dat hij daardoor niet kon deelnemen aan het reguliere functietoewijzingsproces, terwijl hij een andere functie ambieerde.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid van verweerder om militairen boven de sterkte te plaatsen met BDS-indeling een discretionaire bevoegdheid is, die slechts terughoudend getoetst kan worden. Gezien de datum van het leeftijdsontslag van eiser en het functietoewijzingsbeleid was het redelijk dat verweerder geen reguliere functie toewijst, maar de BDS-4 indeling toepast.
Hoewel de omschrijving van BDS-code 4 in het handboek anders lijkt, geldt deze code ook voor situaties waarin een militair korter dan drie jaar voor zijn leeftijdsontslag beschikbaar komt. De rechtbank vond geen bewijs dat eiser onterecht is geweerd van het functietoewijzingsproces. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.