ECLI:NL:CRVB:2002:AE6831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt intrekkingsbesluit WW-uitkering en bepaalt nieuw besluit op bezwaar
Appellant ontving vanaf 23 juni 1997 voorschotten op een WW-uitkering, terwijl het recht op WW-uitkering pas per 15 augustus 1997 definitief werd toegekend. De uitkering werd later ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant volgens het UWV geen recht had op WW na 22 juli 1996.
De rechtbank verdeelde het geschil in twee periodes en verklaarde het beroep ongegrond voor de eerste periode en gegrond voor de tweede periode, waarbij werd geoordeeld dat terugvordering alleen mogelijk is na een intrekkingsbesluit. Het UWV trok daarop het besluit van 8 oktober 1997 in en verklaarde de bezwaren tegen terugvordering ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet redelijkerwijs kon weten dat hij geen recht had op WW-uitkering voor 15 augustus 1997 en vernietigt het intrekkingsbesluit van 28 februari 2002. Het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van 28 februari 2002 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.