ECLI:NL:CRVB:2002:AE7046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Herstelverklaring en uitkeringsrecht op grond van de Ziektewet bij arbeidsongeschiktheid met toepassing overgangsrecht
Appellant was vanaf november 1995 wegens klachten arbeidsongeschikt en heeft zijn werkzaamheden meerdere keren onderbroken en hervat. Het UWV verklaarde appellant per 1 juli 1996 arbeidsgeschikt en stopte de Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat de loondoorbetalingsplicht bij de werkgever zou liggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat vanwege de overgangsregeling in de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (Wulbz) het oude artikel 29 Ziektewet Pro van toepassing blijft op appellant. Hierdoor heeft appellant wel degelijk belang bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit over zijn arbeidsgeschiktheid en uitkeringsrecht.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens wordt het door appellant betaalde griffierecht vergoed door het UWV.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ontvankelijk verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling.