ECLI:NL:CRVB:2002:AE7073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidsclassificatie en uitkeringsbesluiten in WAO-zaak
Appellant betwistte de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de daaruit voortvloeiende WAO-uitkeringen. De Raad behandelde twee gedingen waarin appellant hogere arbeidsongeschiktheidsklassen vorderde dan die welke door het Uwv waren vastgesteld.
In het eerste geding (01/5622 WAO) werd appellant geconfronteerd met een ingedeelde mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, terwijl hij een hogere classificatie nastreefde. Diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, werden besproken. De Raad concludeerde dat de functies die appellant kon vervullen ook rekening houdend met zijn hand- en vingergebruik geschikt waren en dat appellant onvoldoende feiten aanvoerde om de juistheid van deze conclusies te betwijfelen.
In het tweede geding (00/2779 WAO) ging het om de vraag of appellant per 31 augustus 1998 in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse moest worden ingedeeld dan de 25 tot 35% die toen was vastgesteld. Hoewel appellant slechts een gering financieel voordeel zou behalen, werd het beroep inhoudelijk beoordeeld. De Raad vond geen medisch bewijs dat de belastbaarheid van appellant was overschat. Uiteindelijk bevestigde de Raad de eerdere besluiten en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep van appellant af.