ECLI:NL:CRVB:2002:AE7395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt Nederlandse verzekeringsplicht voor werknemer ondanks detacheringsverklaringen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan over de toepasselijkheid van het Nederlandse sociale zekerheidsrecht op werknemers van appellant B.V. De zaak betreft correctienota's met betrekking tot premiejaren 1995 en 1996, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde dat er verzekeringsplicht bestond voor vijf werknemers. De rechtbank had eerder geoordeeld dat voor twee werknemers de Britse detacheringsverklaringen bindend waren, waardoor het Nederlandse recht niet van toepassing was, maar dat voor de overige drie werknemers het Nederlandse sociale zekerheidsrecht wel van toepassing was.
Appellant stelde hoger beroep in tegen het oordeel over drie werknemers, waarbij detacheringsverklaringen werden overgelegd voor twee van hen. De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor deze twee werknemers, omdat de detacheringsverklaringen volgens EG-Verordening 1408/71 bindend zijn. Voor de vijfde werknemer bevestigt de Raad het oordeel dat het Nederlandse recht van toepassing is op grond van de hoofdregel van artikel 13, tweede lid, van deze verordening.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de vijfde werknemer, ondanks dat hij als zelfstandige werkzaam was, onder de tussenkomstbepaling valt die verzekeringsplicht oplegt tot 1 september 1998. De Raad wijst de proceskostenvergoeding af, maar bepaalt dat het UWV het door appellant betaalde griffierecht moet vergoeden. Hiermee wordt het bestreden besluit deels vernietigd en deels bevestigd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht voor werknemer 1 en 3 wordt vernietigd, voor werknemer 5 bevestigd, en het griffierecht wordt aan appellant vergoed.