ECLI:NL:CRVB:2002:AE7665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. Haverkamp
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken huishouden en onvoldoende onderhoudsbetaling
Appellant, een vluchteling uit Irak, vroeg kinderbijslag aan voor zijn in Irak wonende kinderen over de periode van het vierde kwartaal 1995 tot en met het tweede kwartaal 1998. De Sociale Verzekeringsbank weigerde dit omdat de kinderen niet tot het huishouden van appellant konden worden gerekend en hij onvoldoende had aangetoond dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden.
De Raad overwoog dat een breuk in het huishouden reeds bestond vanaf 1991 toen appellant Irak verliet, en dat de feitelijke situatie bepalend is voor het recht op kinderbijslag. Appellant had niet op een voor gedaagde eenvoudig controleerbare wijze kunnen aantonen dat hij zijn kinderen heeft onderhouden, ondanks het overleggen van verklaringen en bewijsstukken van geldtransfers via derden.
De Raad hechtte geen waarde aan achteraf opgestelde verklaringen en verwees naar vaste jurisprudentie waarin wordt vereist dat het onderhoud op een aannemelijke en controleerbare wijze wordt aangetoond. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.