ECLI:NL:CRVB:2002:AE7667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen waardering bewijsstukken kinderbijslag
Appellant betwistte de waardering van bewijsstukken die hij had ingediend ter onderbouwing van zijn recht op kinderbijslag over de jaren 1994, 1995 en 1996. De Sociale Verzekeringsbank had deze bewijsstukken niet als toereikend erkend en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Almelo vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het primaire besluit geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro zou zijn.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit geen rechtsgevolgen heeft omdat het slechts een waardering van bewijsstukken betreft en niet over het recht op kinderbijslag zelf beslist. De Raad wees erop dat de Sociale Verzekeringsbank inmiddels uitgaat van een aanvraag om kinderbijslag voor de betreffende jaren en heeft toegezegd hier spoedig een besluit over te nemen.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Hiermee blijft de procedure gericht op de waardering van bewijsstukken buiten de formele besluitvorming over kinderbijslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bestreden besluit geen besluit in de zin van de Awb is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.