ECLI:NL:CRVB:2002:AE8229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over omvang aanvraag woonvoorzieningen Wvg
Gedaagde verzocht in 1998 om woonvoorzieningen op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De gemeente Amsterdam kende in januari 1999 voorzieningen toe, maar verklaarde het bezwaar van gedaagde in augustus 1999 ongegrond. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit in maart 2001 en beval een nieuw besluit op bezwaar.
In hoger beroep stond centraal of de rechtbank terecht oordeelde dat de gemeente de omvang van de aanvraag had miskend. De gemeente trok het hoger beroep in voor het onderdeel gordijnopener, maar bleef het oordeel over de omvang van de aanvraag aanvechten. De Raad overwoog dat de omvang van de aanvraag moet worden vastgesteld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden.
De Raad concludeerde dat uit de stukken niet blijkt dat gedaagde een ruimere aanvraag deed dan door de gemeente was behandeld. De rapportage van Stichting Tot & Met vermeldde geen uitgebreidere aanvraag en ook in de bezwaarfase was dit niet aan de orde. De Raad vernietigde daarom het oordeel van de rechtbank over de omvang van de aanvraag.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de gemeente ten onrechte geen beslissing had genomen over de aanvraag van omgevingsbesturing voor het openen van keukendeur, poortdeur, ramen en thermostaat. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep van € 322.
De uitspraak werd op 25 september 2002 door de Centrale Raad van Beroep gegeven, waarbij de gemeente Amsterdam als appellant werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep slaagt gedeeltelijk, het oordeel van de rechtbank over de omvang van de aanvraag wordt vernietigd en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.