ECLI:NL:CRVB:2002:AE8408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.J.H. Doornewaard
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herzieningsbesluit Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 met terugwerkende kracht
Eiser, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om herziening van de grondslag van zijn periodieke uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 1980. Verweerster stelde de terugwerkende kracht echter vast op 1 november 1993, de eerste dag van de maand waarin het herzieningsverzoek werd ingediend, met een terugwerkende periode van vijf jaar.
De Raad overwoog dat verweerster discretionaire bevoegdheid heeft om te beslissen over de terugwerkende kracht van herzieningen en dat het beleid om terugwerkende kracht te beperken tot vijf jaar in principe aanvaardbaar is. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een langere terugwerkende periode rechtvaardigen.
Eiser stelde dat verweerster bewust en stelselmatig tegen beter weten in ten nadele van hem heeft gehandeld, maar de Raad vond hiervoor geen grond. Ook het eerdere besluit uit 1980 om de uitkering te handhaven ondanks het ontbreken van aanspraak, werd niet als onrechtmatig beoordeeld.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van verweerster. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening met terugwerkende kracht vanaf 1 november 1993 wordt gehandhaafd.