ECLI:NL:CRVB:2002:AE9301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van sollicitatieplicht en sanctie op WW-uitkering wegens niet voldoen aan sollicitatieverplichting
Appellante was vanaf 1 februari 2000 in dienst bij een uitzendbureau en werd op 15 maart 2000 ontslagen. Zij diende op 27 maart 2000 een aanvraag in voor een WW-uitkering. In de periode van 3 mei tot 21 mei 2000 heeft zij geen sollicitaties verricht, terwijl zij daartoe verplicht was volgens artikel 24 van Pro de Werkloosheidswet (WW).
Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), legde op grond van deze overtreding een korting van 20% op de WW-uitkering voor 16 weken op. Appellante voerde aan dat zij door het voortduren van haar dienstverband niet beschikbaar was voor ander werk en dat de sollicitatieplicht pas vanaf 18 mei 2000 duidelijk was.
De Raad oordeelde dat ondanks de onzekerheid over het dienstverband appellante verplicht was te solliciteren en dat zij hierover op 3 mei 2000 was geïnformeerd. Er was geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. Wel constateerde de Raad dat het UWV voorschotten had toegekend die niet waren omgezet in een definitieve uitkering, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak vernietigd moesten worden. Het UWV moet een nieuw besluit nemen over de hoogte van het voorschot, rekening houdend met de maatregel.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over de hoogte van het voorschot en de maatregel.