ECLI:NL:CRVB:2002:AE9314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schorsing WW-uitkering wegens onzorgvuldige kennisgeving
Appellant ontving sinds 2 januari 1995 een WW-uitkering die op 20 januari 1997 werd geschorst vanwege een fraudeonderzoek. Ondanks herhaalde verzoeken van appellant om opheldering, werd het besluit tot schorsing pas bijna zeven maanden later schriftelijk meegedeeld. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Raad constateert dat er voldoende aanleiding was voor schorsing vanwege het fraudeonderzoek, maar dat de vereiste zorgvuldigheid en rechtszekerheid niet in acht zijn genomen door de vertraagde kennisgeving. De Raad benadrukt dat ondanks het vervallen van het toenmalige derde lid van artikel 30 WW Pro door de Awb, de verplichting tot onverwijlde schriftelijke kennisgeving blijft gelden.
Hierdoor oordeelt de Raad dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en vernietigt het. Gedaagde wordt veroordeeld om opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant en in de proceskosten van appellant. Tevens wordt gedaagde verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldige kennisgeving en gedaagde wordt veroordeeld tot hernieuwde besluitvorming en betaling van proceskosten.