ECLI:NL:CRVB:2002:AE9683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling standaard immateriële schadevergoeding mesothelioomslachtoffers en uitzonderingen
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Defensie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit tot toekenning van ƒ 90.000,- immateriële schadevergoeding aan de erfgenamen van een overleden mesothelioomslachtoffer vernietigde en een hoger bedrag van ƒ 115.000,- vaststelde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het standaardbedrag van ƒ 90.000,- voortkomt uit het Convenant Instituut Asbestslachtoffers, dat is gebaseerd op uitvoerig overleg tussen maatschappelijke partijen en een zorgvuldige afweging van factoren zoals ziekteverloop, levensverwachting en het fatale karakter van mesothelioom. Dit bedrag geldt als norm en kan slechts bij zeer uitzonderlijke individuele omstandigheden worden aangepast.
In deze zaak is het beroep gericht tegen de hogere schadevergoeding wegens de relatief jonge leeftijd van het slachtoffer bij overlijden en het ontbreken van gebruik van het Instituut Asbestslachtoffers. De Raad oordeelt dat deze factoren reeds in het convenant zijn meegewogen en dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een hoger bedrag rechtvaardigen.
Ook het argument dat het convenant pas later tot stand kwam en de schadevergoeding daarom niet doorslaggevend mag zijn, wordt verworpen. De Raad benadrukt dat de billijkheidsnorm leidend is en dat het standaardbedrag niet onjuist is. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de erfgenamen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de erfgenamen ongegrond, waarbij het standaardbedrag van ƒ 90.000,- voor immateriële schadevergoeding wordt bevestigd.