ECLI:NL:RBSGR:1999:AA4841
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. van Eijk
- A.A.M. Mollee
- A.J. Vaandrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit immateriële schadevergoeding mesothelioompatiënt wegens onvoldoende motivering
Eiser, voormalig matroos en loodsdienstregelaar bij Defensie, kreeg in oktober 1997 de diagnose mesothelioom, veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens zijn diensttijd. Na erkenning van aansprakelijkheid door verweerder werd een immateriële schadevergoeding toegekend, die na bezwaar werd verhoogd tot fl. 90.000,00. Eiser vond dit bedrag onvoldoende en stelde een hogere vergoeding van fl. 125.000,00 voor.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onterecht heeft volstaan met het bedrag genoemd in het Convenant Instituut Asbestslachtoffers, zonder rekening te houden met de bijzondere omstandigheden van eiser, zoals de ernst en duur van zijn ziekte. Het Convenant is bedoeld voor snelle afhandeling en sluit niet uit dat in individuele gevallen een hogere vergoeding passend is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens gebrek aan deugdelijke motivering en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de omstandigheden van het geval. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van eiser.