ECLI:NL:CRVB:2002:AF0877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering afgewezen wegens ontbreken geregelde verzorging
De zaak betreft een geschil over de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de arbeidsongeschiktheidsuitkering van gedaagde te verhogen op grond van artikel 13 van Pro de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en artikel 22 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
De rechtbank had het besluit van 3 april 1998 vernietigd en geoordeeld dat gedaagde in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeerde, waarbij sprake was van geregelde verzorging. Het UWV stelde in hoger beroep dat de rechtbank een te ruim verzorgingsbegrip hanteerde door ook huishoudelijke taken zoals koken en boodschappen doen onder verzorging te verstaan, terwijl deze niet tot de essentiële levensverrichtingen behoren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gedaagde weliswaar hulp nodig heeft bij huishoudelijke taken vanwege psychische beperkingen, maar geen hulp behoeft bij essentiële dagelijkse levensverrichtingen zoals wassen, aan- en uitkleden en toiletgang. Omdat het beleid vereist dat zowel geregelde verzorging als oppassing aanwezig moet zijn voor verhoging, en verzorging ontbreekt, komt gedaagde niet in aanmerking voor verhoging van de uitkering.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Er is geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door mr. M.I. 't Hooft, voorzitter, en mr. R.M. van Male en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert, leden.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt in stand gelaten.