ECLI:NL:CRVB:2002:AF1409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor inrichtingskosten op grond van individuele omstandigheden
Appellante, een alleenstaande ouder die sinds juli 1998 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van haar nieuwe woning. De gemeente kende haar een forfaitair bedrag toe op basis van richtbedragen, maar weigerde hogere bijstand voor een telefoon, telefoonkastje en televisie en voor hogere inrichtingskosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de forfaitaire normbedragen passend zijn voor regelmatige verstrekkingen zoals woninginrichting, tenzij bijzondere individuele omstandigheden worden aangetoond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij hogere kosten had gemaakt, onder meer omdat zij niets van de vorige bewoner kon overnemen.
De Raad oordeelt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij noodzakelijkerwijs hogere kosten heeft moeten maken dan de richtbedragen. De richtbedragen zijn gebaseerd op gegevens van NIBUD en Divosa en houden rekening met het overnemen van gebruikte goederen. De aanschaf van een telefoon en televisie wordt niet als noodzakelijke bijzondere kosten aangemerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de gemeente bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het gemeentelijke besluit bevestigd.