ECLI:NL:CRVB:2002:AF1810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eigen bijdrage zorg wegens inconsistent beleid nmik-vergoedingen
Appellante verbleef vanaf 31 maart 1998 in een verzorgingstehuis en kreeg een eigen bijdrage opgelegd van f 1.006,56 per maand. Gedaagde stelde dat de nmik-vergoeding, een toeslag op grond van artikel 21b van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, als inkomen moest worden beschouwd bij de vaststelling van deze bijdrage. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de toeslag onder het inkomensbegrip van het Bijdragebesluit zorg viel.
In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag geen inkomen was, mede omdat ministeries en de Pensioen- en Uitkeringsraad hadden afgesproken deze toeslag niet mee te rekenen om te voorkomen dat vervolgingsslachtoffers netto achteruit zouden gaan. De Raad stelde vast dat gedaagde geen consistente gedragslijn had gevolgd bij het al dan niet in aanmerking nemen van deze vergoedingen en dat het bestreden besluit daarom in strijd was met artikel 3:4, tweede lid, Awb.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht van appellante. De vraag of de nmik-vergoeding als inkomen moet worden aangemerkt bleef onbeantwoord omdat het besluit niet in stand kon blijven vanwege het inconsistent beleid.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van de eigen bijdrage zorg wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel door inconsistent beleid over nmik-vergoedingen.