ECLI:NL:CRVB:2002:AF2205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- F.P. Dresselhuys-Doeleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen vaststelling OV-schuld wegens niet tijdig inleveren studentenkaart
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten waarin haar een schuld werd opgelegd wegens het niet of niet tijdig inleveren van haar OV-studentenkaart. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar vernietigde het besluit op bezwaar en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad constateerde dat de rechtbank Alkmaar niet bevoegd was om op het beroep te beslissen, maar verklaarde de uitspraak desalniettemin bevoegdelijk gedaan. De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen de besluiten van 28 juli, 25 augustus en 30 september 2000 niet tijdig was ingediend en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Voor de besluiten van 27 oktober en 24 november 2000 was het bezwaar wel ontvankelijk, maar onvoldoende onderbouwd.
Appellante stelde dat zij de kaart tijdig had ingeleverd via een derde bij een postagentschap, maar kon dit niet aantonen met een inleverbewijs of registratie. De Raad vond dat het risico hiervan bij appellante lag. Er waren geen bijzondere omstandigheden of hardheidsclausules van toepassing. De Raad bevestigde daarom de vastgestelde schuld voor de laatste twee besluiten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante moet worden vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de OV-schuld is deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar de schuld voor de laatste twee besluiten wordt bevestigd; griffierecht wordt aan appellante vergoed.