ECLI:NL:CRVB:2002:AF2573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling invaliditeitspercentage op grond van Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 na langdurige verzetsdeelname en gevangenschap
Eiser, geboren in 1920, vroeg in april 1997 een buitengewoon pensioen aan op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 vanwege psychische klachten. Verweerster had het invaliditeitspercentage vastgesteld op 20%, deels toe te schrijven aan militaire dienst en deels aan verzetsactiviteiten. Eiser maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze onderwaardering.
De Raad overwoog dat de psychische klachten die voortkomen uit de korte militaire dienst in 1940 waarschijnlijk niet meer van betekenis waren ten tijde van de aanvraag. De langdurige en intensieve verzetsdeelname en gevangenschap, met grote existentiële bedreiging en mishandeling, waren bepalend voor de blijvende psychische klachten. De Raad volgde het standpunt van de door eiser ingebrachte psychiater dat de manifestatie van angstdromen geen goede maatstaf is voor het aandeel van militaire dienst versus verzet in de klachten.
De Raad stelde het invaliditeitspercentage vast op 40%, conform het oordeel van de verzekeringsarts, en veroordeelde verweerster in de proceskosten. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met artikel 4 van Pro de Wet. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste medische beoordeling van traumatische ervaringen in het kader van pensioenrechten.
Uitkomst: Het invaliditeitspercentage van eiser wordt vastgesteld op 40%, met vernietiging van het eerdere besluit.