ECLI:NL:CRVB:2002:AF2871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over arbeidsduurverkorting interceptiemedewerkers defensie
Appellanten, allen (voormalig) interceptiemedewerkers bij een defensieonderdeel, verzochten om financiële compensatie voor niet genoten arbeidsduurverkorting en invoering daarvan voor de nog in dienst zijnden medewerkers. Dit verzoek werd door de bevoegde ambtenaren namens de Staatssecretaris van Defensie afgewezen en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de beslissing op bezwaar door een ondergeschikte was genomen die geen mandaat had om over het bezwaar te beslissen, terwijl het primaire besluit eveneens onder mandaat was genomen door een andere functionaris. Dit is in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat mandaatverlening in dergelijke gevallen verbiedt.
Daarnaast oordeelde de Raad dat een brief van de Directeur Personeel en Organisatie, die een eerdere beslissing bevestigde, eveneens in strijd was met dit wetsartikel omdat dezelfde persoon het primaire besluit en de bevestiging nam, ongeacht functiewijziging.
De Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraak en de bestreden besluiten en bepaalde dat de Staatssecretaris een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werden de proceskosten ten gunste van appellanten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de bestreden besluiten wegens onbevoegdheid bij mandaatverlening en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar.