ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onbekendheid appellanten binnen beroepstermijn
De zaak betreft hoger beroep van een groep ambtenaren tegen een besluit van de Staatssecretaris van Defensie inzake de invoering van arbeidsduurverkorting (ADV) voor ploegendienstmedewerkers en de compensatie voor niet genoten ADV. De gemachtigde stelde pro forma beroep in namens een groot aantal personen, maar maakte de namen van de appellanten niet tijdig bekend.
De Raad overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de identiteit van appellanten vóór het verstrijken van de beroepstermijn bekend moet zijn. Het ontbreken van een lijst met namen betekent dat het beroep van 87 personen niet-ontvankelijk is, omdat dit niet kan worden hersteld als vormverzuim. Slechts de appellant wiens naam tijdig was vermeld, wordt in het hoger beroep ontvangen.
Inhoudelijk bevestigt de Raad het oordeel van de rechtbank dat aanspraken op ADV-compensatie voor de periode vóór 22 oktober 1992 zijn verjaard en dat er geen grond bestaat voor compensatie na intrekking van de circulaire in 1994. Het verzoek van appellant wordt gezien als een poging om terug te komen op eerdere, rechtens onaantastbare besluiten, wat door de Raad wordt afgewezen.
De Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en sluit de procedure met deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van 87 appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig bekendmaking van hun identiteit binnen de beroepstermijn.