ECLI:NL:CRVB:2002:AF2953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste vermogensgrondslag
De zaak betreft een bijstandsaanvraag van gedaagde op 3 september 1997, die aanvankelijk werd afgewezen omdat appellant meende dat gedaagde beschikte over een vermogen boven de vermogensgrens. Uit bankafschriften bleek echter dat de toegekende schadevergoeding pas na de aanvraagdatum op een rekening van de vader van gedaagde was gestort, waardoor gedaagde op het moment van aanvraag niet over dat vermogen kon beschikken.
Appellant had het bezwaar van gedaagde tegen de afwijzing van de aanvraag ongegrond verklaard en daarbij stukken die gedaagde later had ingediend buiten beschouwing gelaten. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit moest nemen, omdat de aanvullende stukken tijdig waren ingediend en relevant waren voor de beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellant ten onrechte de aanvullende stukken buiten beschouwing heeft gelaten. De Raad stelt dat het besluit van 25 januari 2000 in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Awb en vernietigt dit besluit. Appellant wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van alle relevante gegevens.
Daarnaast bepaalt de Raad dat appellant een griffierecht van €306 moet betalen. De Raad acht geen gronden aanwezig voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 3 december 2002.
Uitkomst: Het besluit van 25 januari 2000 wordt vernietigd en appellant moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van gedaagde.