ECLI:NL:PHR:2013:BY6888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over dienstbetrekking en loonbegrip bij arbeidsongeschikte vakkenvuller met lage vergoeding
De zaak betreft de vraag of de belanghebbende, die als vakkenvuller werkt tegen een vergoeding van €0,80 per uur, in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staat met zijn werkgever, en daarmee recht heeft op voorzieningen ex art. 35 WIA Pro.
De Rechtbank oordeelde dat sprake is van een dienstbetrekking omdat aan de drie vereisten (persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding) was voldaan. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) stelde echter dat de vergoeding te laag was om van loon te spreken en verwierp het bestaan van een dienstbetrekking.
De Hoge Raad stelt dat de hoogte van het loon niet relevant is voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Zelfs een lage vergoeding kan loon zijn, mits het geen loutere kostenvergoeding betreft. De belanghebbende verrichtte een reële arbeidsprestatie en stond in een gezagsverhouding. De arbeidsovereenkomst is daarmee aanwezig, ondanks dat het loon onder het wettelijk minimum ligt.
De Hoge Raad erkent dat dit leidt tot een oncomfortabele situatie, omdat de belanghebbende een volledige Wamil-uitkering ontvangt en het minimumloon niet wordt betaald. Dit kan leiden tot fiscale en sociale zekerheidsrechtelijke complicaties, maar de Hoge Raad acht het niet aan de rechter om hierin een structurele oplossing te bieden. De cassatie wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de CRvB vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de belanghebbende ondanks het lage loon in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staat en derhalve recht heeft op voorzieningen ex art. 35 WIA.