ECLI:NL:CRVB:2002:AF2994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwijzing bijstandsuitkering wegens niet verstrekken vermogen
Appellanten, van Turkse/Armeense afkomst, ontvingen sinds 1997 bijstand. Gedaagde stelde vermoeden vast dat zij eigenaar waren van twee woningen in het buitenland en beschikten over vermogen. Omdat appellanten niet tijdig volledige informatie verstrekten, werd de bijstand per 1 maart 1998 opgeschort en later beëindigd.
Appellanten dienden een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de beëindiging van de bijstand terecht was vanwege het niet verstrekken van gegevens binnen de gestelde termijn, zonder dat sprake was van dringende redenen om van intrekking af te zien.
De Raad vernietigt echter het besluit tot afwijzing van de nieuwe aanvraag omdat gedaagde ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro toepaste, terwijl de aanvraag betrekking had op een periode na de beëindiging. De rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit blijven in stand. Gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De bijstand werd terecht ingetrokken wegens niet tijdig verstrekken van gegevens, maar de afwijzing van de nieuwe aanvraag werd vernietigd.