ECLI:NL:CRVB:2002:AF3436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Eigen bijdrage thuiszorg gebaseerd op inkomen leefeenheid in zorgjaar, ook bij latere samenwoning
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de eigen bijdrage voor thuiszorg over de periode 28 december 1998 tot en met 21 februari 1999. Appellant, een zorgverzekeraar, stelde de eigen bijdrage vast op basis van het gezamenlijke inkomen van gedaagde en haar partner in het peiljaar, dat twee jaar voor het zorgjaar ligt. Gedaagde betwistte dit en stelde dat het inkomen van het peiljaar als alleenstaande, zonder partner, moet worden gehanteerd.
De rechtbank Assen had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en de besluiten van appellant vernietigd. In hoger beroep stelde appellant dat de wetgeving en de nota van toelichting duidelijk maken dat de draagkracht moet worden bepaald aan de hand van de leefeenheid in het zorgjaar, waarbij het inkomen in het peiljaar wordt gebruikt als praktisch uitgangspunt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het Bijdragebesluit zorg niet uitsluit dat het gezamenlijke inkomen van partners in het zorgjaar wordt gebruikt, ook als zij in het peiljaar nog geen leefeenheid vormden. De Raad wees op de praktische uitvoerbaarheid en de mogelijkheid tot voorlopige vaststelling bij inkomensdaling. Het bestreden besluit werd in stand gehouden en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt in stand gehouden en het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.