ECLI:NL:CRVB:2002:AF3446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoud kinderen in Portugal
Appellant, met Portugese nationaliteit en woonachtig in Nederland, vroeg kinderbijslag aan voor zijn twee kinderen die na het overlijden van zijn echtgenote in Portugal bij familie verbleven. De Sociale Verzekeringsbank weigerde de kinderbijslag over het eerste tot en met derde kwartaal van 1996 omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is en dat de onderhoudseis gerechtvaardigd is. Er werd geen woonplaatseis aan appellant opgelegd die afwijkt van die voor verzekerden met kinderen in Nederland.
De Raad benadrukte dat de door appellant overgelegde betalingen slechts gedeeltelijk als bewijs konden worden aangenomen, omdat niet duidelijk was dat de bedragen daadwerkelijk ten goede kwamen aan de kinderen. Het beroep op het vrij verkeer van werknemers en Europese verordeningen leidde niet tot een andere uitkomst. Het hoger beroep werd afgewezen en geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van onderhoud van de in Portugal verblijvende kinderen.