ECLI:NL:CRVB:2002:AF3470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen pensioengrondslag vaststelling voor militair met buitenlandse werkzaamheden
Appellant stelde beroep in tegen de vaststelling van zijn pensioengrondslag door de Staatssecretaris van Defensie, waarbij het inkomen tijdens de grondslagperiode in het buitenland niet werd gebaseerd op zijn werkelijke inkomsten, maar op Nederlandse maatstaven.
De rechtbank had het besluit van 5 februari 1998 en het daaropvolgende handhavingsbesluit van 2 november 1998 bevestigd, waarbij het inkomen werd vastgesteld op een bedrag dat vergelijkbaar was met Nederlandse normen. Appellant voerde aan dat zijn werkelijke inkomen aanzienlijk hoger was en overlegde aanvullende verklaringen en CBS-gegevens.
Naar aanleiding hiervan stelde gedaagde bij besluit van 29 maart 2000 de pensioengrondslag bij, maar niet tot het door appellant gevorderde bedrag. De Raad oordeelde dat het uitgangspunt van Nederlandse maatstaven voor buitenlandse inkomsten niet onjuist was en dat de aanvullende verklaringen onvoldoende waren om het besluit te wijzigen.
De Raad vernietigde het besluit van 2 november 1998 en verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit van 29 maart 2000 ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad de Staat tot vergoeding van wettelijke rente over de te weinig betaalde pensioenuitkeringen en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 2 november 1998 wordt gegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 29 maart 2000 ongegrond, met veroordeling van de Staat tot rentevergoeding en proceskosten.