ECLI:NL:CRVB:2002:AF3477
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over uitkering vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende motivering invaliditeit en grondslag
Eiser, geboren in 1929, diende in 1997 een aanvraag in voor erkenning als vervolgde en toekenning van een periodieke uitkering en bijzondere voorzieningen vanwege psychische en lichamelijke klachten die hij aan zijn oorlogservaringen toeschrijft. Verweerster kende een uitkering toe met als peildatum 1997, het jaar waarin eiser de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, en stelde de grondslag vast op het wettelijk minimum.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn psychische klachten eerder invaliderend waren en dat bij de berekening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden met zijn inkomsten uit arbeid na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De Raad oordeelde dat de medische adviezen waarop verweerster zich baseerde onvoldoende onderbouwing boden voor het tijdstip van invalidering in 1997. Ook achtte de Raad nader onderzoek noodzakelijk naar de financiële situatie van eiser vanaf 1982.
De Raad stelde dat verweerster in het algemeen mag aannemen dat iemand na pensioengerechtigde leeftijd niet meer op arbeidsinkomen is aangewezen, maar dat in dit geval de concrete omstandigheden van eiser een andere beoordeling vereisen. Het bestreden besluit ontbeerde een deugdelijke motivering en werd daarom vernietigd. Verweerster werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.