ECLI:NL:CRVB:2002:AF3599
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en bezwaar Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Eiseres ontving sinds 1990 een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster stelde bij berekeningsbeschikkingen vanaf 1999 vast dat een lijfrente-uitkering volledig op haar uitkering in mindering werd gebracht en dat te veel betaalde bedragen in maandelijkse termijnen moesten worden terugbetaald. Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de terugvordering en stelde dat zij niet meer dan €100 per maand kon aflossen.
De Raad oordeelt dat het bezwaar van eiseres over de berekening van de uitkering vóór maart 1999 niet-ontvankelijk is omdat daarvoor geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is genomen. De Raad beoordeelt inhoudelijk alleen het bezwaar over de terugvorderingstermijnen en stelt vast dat verweerster bij de vaststelling van de minimale aflossing van €250 per maand een belangenafweging heeft gemaakt op basis van een financieel onderzoek.
De Raad vindt de vaste gedragslijn van verweerster, waarbij terugbetalingstermijnen minimaal 10% van de bruto uitkering bedragen en binnen zes jaar worden vereffend, niet onredelijk. Gelet op de financiële situatie van eiseres is de vastgestelde aflossing passend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de maandelijkse terugvordering van minimaal €250 blijft gehandhaafd.