ECLI:NL:CRVB:2002:AF3786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde compensatie Ziektewetpremie WSW
Appellant, het Algemeen Bestuur van een Dienst Werkbedrijf, kreeg op grond van een fout een compensatie toegekend voor een naheffing Ziektewetpremie die zij niet had ontvangen omdat zij eigen risicodrager was. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloot tot terugvordering van deze onverschuldigde vergoeding.
De Raad overwoog dat het besluit tot terugvordering een intrekking van de eerdere vergoeding inhield en dat artikel 44 van Pro de Wet sociale werkvoorziening (oud) hieraan niet in de weg stond. De Raad verwierp het beroep van appellant dat de Minister niet bevoegd was en dat terugvordering in strijd was met algemene bestuursrechtelijke beginselen.
De Raad stelde vast dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de eerdere mededelingen en dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing was vanwege de bijzondere positie van eigen risicodragers. Het feit dat appellant niet vooraf was gehoord, leidde niet tot vernietiging omdat hij later wel in bezwaar is gehoord en geen belang werd geschaad.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde compensatie door de Minister.