ECLI:NL:CRVB:2002:AF8098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellante betwistte het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 9 december 1997 te beëindigen, omdat haar mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% respectievelijk 15% zou bedragen. De rechtbank oordeelde dat het besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte, maar vernietigde het besluit deels vanwege de late voorlegging van functies aan appellante.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische en arbeidskundige beoordeling onjuist was. De Raad concludeerde dat de medische beoordeling juist was, maar dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was omdat functies met toeslagen voor onregelmatige werktijden ten onrechte waren meegenomen, terwijl appellante geen recht had op dergelijke toeslagen. Hierdoor steunde het besluit slechts op twee functies, wat onvoldoende is volgens het Schattingsbesluit.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval het Uwv een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke regels. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaalde griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het Uwv dient een nieuw besluit te nemen.