ECLI:NL:CRVB:2004:AR8532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over juiste toepassing Besluit Uurloonschatting en medische grondslag WAO-uitkering
Betrokkene, werkzaam als pijpfitter/monteur, meldde zich ziek op 18 oktober 2000 met spannings- en rugklachten. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat volgens haar het UWV de stappenvolgorde van het Besluit Uurloonschatting 1999 (BUS) niet juist had toegepast.
Betrokkene kwam in hoger beroep omdat hij het niet eens was met de medische grondslag van het besluit, terwijl het UWV hoger beroep instelde tegen het oordeel over de toepassing van het BUS. De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was voor een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek en dat de medische grondslag van het besluit juist was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en beschikbare medische informatie.
Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag oordeelde de Raad dat het UWV terecht functies met een urenomvang onder de maatmanfunctie had geselecteerd volgens stap 3 van het BUS, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van mei 2003. De Raad vernietigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarbij het hoger beroep van het UWV slaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt toegewezen en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.