ECLI:NL:CRVB:2002:AF9474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand voor nazorgcontract gehoortoestel
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage, wees een aanvraag van gedaagde om bijzondere bijstand voor een nazorgcontract voor het onderhoud van een gehoortoestel af. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat het op een onjuiste wettelijke grondslag was gebaseerd en beval een nieuw besluit.
Bij het nieuwe besluit van 5 november 1999 werd de aanvraag opnieuw afgewezen met de motivering dat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt. Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, maar de Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Desondanks oordeelde de Raad dat het besluit van 5 november 1999 op een onjuiste wettelijke basis berustte, omdat niet de juiste artikelen van de Algemene bijstandswet waren toegepast. Het besluit werd daarom vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand voor toekomstige kosten van het nazorgcontract niet kan worden toegekend omdat niet vaststaat of gedaagde op dat moment aan de voorwaarden voldoet.
Ten slotte veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde voor verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 5 november 1999 wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.