ECLI:NL:CRVB:2002:AF9476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor nazorgcontract gehoortoestel
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage heeft de aanvraag van gedaagde om bijzondere bijstand voor de kosten van een nazorgcontract voor onderhoud van een gehoortoestel afgewezen. De rechtbank had dit besluit vernietigd wegens een onjuiste wettelijke grondslag en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Appellant nam op 5 november 1999 een nieuw besluit tot afwijzing, wederom met de overweging dat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan worden aangemerkt. Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, maar de Raad verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De Raad oordeelde dat het besluit van 5 november 1999 op een onjuiste wettelijke basis berustte, omdat appellant artikel 7 Abw Pro had aangevoerd terwijl het toetsingskader artikelen 6 en 39 Abw zijn. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand voor toekomstige kosten van het nazorgcontract niet kan worden toegekend zolang niet vaststaat of gedaagde op dat moment aan de voorwaarden voldoet.
Ten slotte werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag van € 322,--.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 5 november 1999 tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt vernietigd met in stand blijvende rechtsgevolgen.